Het is aan het einde van een rustig looprondje dat ik, een straat inslaand en plots verblind door de avondzon, bij mezelf denk: geluk zit in de ontmoeting. Ik besef dat ik geen wereldschokkend inzicht heb opgedaan in de Boechoutse velden. Ongetwijfeld hebben filosofen er interessante essays over geschreven en ene Christopher McCandless – a.k.a. Alexander Supertramp – noteerde ergens in de wildernis van Alaska: happiness is only real when shared. Toch vind ik het prettig om ‘geluk zit in de ontmoeting’, rustig joggend, uit te spreken. Of is het eerder prevelen?
Geluk zit in de ontmoeting met mensen. In de knuffels, de diepe gesprekken en het geouwehoer met vrienden. In de geruststellend herkenbare clichés die we uitwisselen met onbekenden. In de ontmoeting met de wandelaar met wie je een bergtop deelt en daarna niets meer. In het café dat muisstil wordt voor de dichter op het podium.
Geluk zit in de ontmoeting met kunst. In de songschrijver die de juiste noten vindt voor de woorden die ontbreken. In de schrijver die op zijn of haar beurt de woorden vindt voor gevoelens die taal zoeken als houvast. In de fotograaf die je blik op de wereld verruimt maar ook beperkt tot een zelfgekozen kader. In de kunstschilder die de dwingende kloktijd heeft overschilderd.
Geluk zit in de ontmoeting met de natuur. In het hert dat mij gadeslaat en pas na ons oogcontact wegstuift. In de berg die in de weg staat en uitnodigend zijn flanken bloot lacht. In de appelbomen die hun schaduwdeken voor me uitwerpen. In de tuinvogels die ons stukje groen verkiezen boven dat van de buren, in ruil voor zaden en beschutting.
Soms moet je het op een lopen zetten om weer beter te kunnen ontmoeten. Ik kom thuis, kijk naar de tuin en zie mijn weerspiegeling in het vensterglas. Ik glimlach.
Plaats een reactie