In dit soort gangen rest een kier van het leven.
Ik wandel van het ene naar het andere tv-kanaal
dat elke poging tot denken overschreeuwt.
Achter jouw deur brult een leeuw.
Ik klop aan en betreed de stoffige savanne
van je geheugen.
Wanneer je weer naar huis mag,
het gras, de was, de poets, het moet.
Hier heb je niets om handen
dan vergeten. Ik neem een fotoalbum
om het thuiskomen te benaderen,
laat je rustig door je hoofd bladeren
en zie de kamer opklaren
als hij op je schoot ligt
opengeslagen.
Een elektronische sleutel bungelt
om je hals. Je kijkt op, heel even
minder op slot.
Ergens tussen thuis en gaan is een van de drie gedichten die een plekje krijgen op www.roer.me.
Plaats een reactie