Muzikale mijmeringen, deel 3 – Muzieksmaak

By

Het is sterker dan mezelf: als ik een geweldige song of artiest heb ontdekt, voel ik de drang om mensen daarmee lastig te vallen. Geen wildvreemden uiteraard, maar iemand waarvan ik denk dat hij of zij de desbetreffende artiest of band wel zal smaken. Wat zeg ik? De persoon in kwestie zal mij eeuwig dankbaar zijn! Graag gedaan, denk ik dan.

De realiteit echter is dat muzieksmaak bijzonder persoonlijk is. Doe ik lyrisch over een song of artiest en reageert mijn gesprekpartner lauwtjes of ronduit afwijzend, dan voel ik mij persoonlijk aangevallen. Alsof ik er geen verstand van heb! Dat heeft vermoedelijk alles te maken met het belang van muziek in mijn leven. Ik koop al albums sinds ik 11 was. Geen enkele kunstvorm raakt mij dieper dan muziek. Een afwijzing van mijn muzikale suggesties voelt dan als een afwijzing van mijn persoonlijkheid. Uiteraard besef ik dat het probleem bij mij ligt.

In de jaren negentig luisterde ik bijna uitsluitend naar harde gitaren en brullende of schurende vocalen. Het moet zowat het enige stoere aan mij geweest zijn. Al had ik als tiener ook het meeste haar op mijn onderarmen van alle klasgenoten. Hoe dan ook: mijn ouders vonden het tsjingeltsjangelmuziek. Toen voelde ik mij echter niet persoonlijk aangevallen. Het was cool dat zij het maar niks vonden. Wisten zij veel, dacht ik toen: ze luisterden naar Céline Dion en Whitney Houston!

In 1998 ging er een schokgolf door mij heen toen ik dankzij mijn toenmalig liefje Jeff Buckley leerde kennen. Het voelde eerst als zelfverraad: geen metal of grunge, maar een singer-songwriter die zichzelf recht mijn hart in speelde. Kippenvel op die behaarde armen. Mijn muzikale smaakpalet werd sindsdien steeds breder. Tegenwoordig kan het bij mij vele kanten uit, schlagers daargelaten. Denk aan sludgemetal, postrock, shoegaze, dreampop, singer-songwriters … en ook steeds vaker artiesten als Anoushka Shankar, Arooj Aftab en het Belgische Farfar. Zij creëren een opwindende cocktail van muzikale invloeden die veel verder reiken dan het westen.

Mijn zoon is vijftien. Hij luistert bijna uitsluitend naar de rapmuziek van tegenwoordig. En dat doet hij gulzig, net zoals ik in de jaren negentig. Vroeg of laat zal hij sowieso ook andere genres leren appreciëren, want dat is nu eenmaal wat muziekliefhebbers doen.  Maar dat moet ik hem uiteraard niet vertellen. Dan schudt hij alleen maar meewarig het hoofd, zoals ik op mijn vijftiende deed toen mijn moeder Banger Hart van Rob De Nijs uit de exquise speakers van de Bang & Olufsen-installatie liet knallen.

Geef een reactie